Gisteravond liep ik over het strand.
Voor mij liep een man met een koptelefoon op. Waarschijnlijk luisterde hij naar muziek of een podcast. Helemaal niets mis mee. Toch bleef ik ernaar kijken.
En ineens kwam er een gedachte in me op.
De zee klinkt al zolang er mensen bestaan.
Misschien zelfs veel langer.
Generaties zijn gekomen en gegaan. Mensen werden verliefd, verloren elkaar, kregen kinderen, namen afscheid. Er waren oorlogen, ontdekkingen, vreugde en verdriet.
En al die tijd deed de zee precies hetzelfde.
Golf na golf.
Steeds opnieuw.
Misschien is dat wel waarom zoveel mensen zich aangetrokken voelen tot de zee.
Niet alleen vanwege de frisse lucht of de ruimte. Maar ook vanwege haar geluid.
Het ritme van de golven vraagt niets van ons.
Het wil ons niet overtuigen.
Het heeft geen mening.
Het hoeft niets uit te leggen.
Het is er gewoon.
In een wereld waarin we bijna voortdurend worden gevuld met muziek, nieuws, podcasts, berichten en prikkels, vroeg ik me af hoeveel we eigenlijk nog luisteren naar de geluiden die er altijd al waren.
Misschien hoeven we niet altijd iets toe te voegen.
Misschien ontstaat rust juist wanneer we even stoppen met vullen.
Dus als je deze zomer langs de zee wandelt, probeer dan eens iets.
Laat je telefoon in je zak.
Zet je koptelefoon af.
En luister.
Niet omdat het moet.
Niet als oefening.
Maar gewoon om te ontdekken hoe een geluid dat al duizenden generaties hetzelfde klinkt, vandaag misschien ook iets met jou doet.
Soms zijn de oudste geluiden precies de geluiden die we het hardst nodig hebben.
— Gert-Jan Wit | Boezt